Zondag....
Lief dagboek,
Ik snap er niks van. Vrijdagavond had ik de avond van m'n leven met Rick. Al weet ik niet meer wat ik gegeten heb, ik weet nog precies wat we gezegd hebben, hoe hij zoent en voor wanneer en waar we afgesproken hebben voor zondagmiddag.
Half drie bij de strandopgang, bij het bankje naast de reddingsbrigade. Ruim op tijd rijd ik het parkeerterrein op en luister nog even naar de radio voordat ik naar het bankje loop. Allerlei mensen lopen er in de buurt, voornamelijk met hond of met kinderen. Geen Rick. Ik loop wat heen en weer tussen het parkeerterrein en het bankje, niet alleen om te kijken of hij er al aan kwam maar ook om warm te blijven. Het werd drie uur, half vier. Hoe lang hield ik dit nog vol? Het is duidelijk, wat een teleurstelling. Rick is dus niet naar het strand gekomen voor de romantische strandwandeling, die ik in gedachte al 100 keer met hem gelopen heb, hij was me natuurlijk al vergeten. Zo'n knappe gozer als hij heeft natuurlijk mij niet nodig, hij heeft al een schatje. Boos trap ik een colablikje verder en terwijl ik mijn tranen probeer tegen te houden loop ik naar mijn auto. Ik kijk in het spiegeltje en zie twee verdrietige ogen. Mijn haar is veranderd in coupe windhoos. Maar goed dat Rick er niet was, ik zie er niet uit, zeg ik tegen mezelf.
Onderweg naar Leonie's huis besluit ik langs het graf van mama te gaan. Op zondag is er geen bloemenzaak open, dan maar geen nieuwe plant. Het is druk op de parkeerplaats, ik kan nog net een plekje bemachtigen. Het graf ziet er treurig uit, zo zonder nieuwe planten. Ik krijg er tranen van in mijn ogen en laat ze nu gaan. Niemand zal er gek van opkijken als je hier huilt bij het graf van je lieve moeder. Ik pak een zakdoekje uit mijn handtas en loop naar het bankje onder de treurwilg, denk aan mijn moeder en mis haar zo erg dat het pijn doet in mijn buik. Ik zit daar totdat het begint te regenen, de treurwilg biedt geen schuilplaats tegen de hemeltranen in deze tijd van het jaar.
Als ik bij Leonie's huis aankom, zie ik dat het licht niet aan is, ze is zeker nog niet thuisgekomen. Ik doe een pizza in de oven en eet 'm voor de tv op. Booster ligt opgekruld naast me te slapen, blij dat ik thuis ben.
Ik voel me rot. Wat zal er zijn dat Rick er niet was vanmiddag? Stom dat we geen telefoonnummers hebben uitgewisseld, als er wel wat tussengekomen was had hij me niet kunnen bellen. Of toch, als hij oma had gebeld? Zo pieker ik, terwijl ik besluiteloos zap tussen Ned. 1 en Veronica en weer terug. Na een kopje thee ga ik lekker douchen en naar bed. Ik lees nog even in de Flair maar zelfs de artikelen die me normaal boeien, pakken me niet. Al snel doe ik het licht uit. Slapen doe ik niet. Ik hoor namelijk gerommel aan de voordeur. Als dat Leonie is, doet ze wel héél lang over het openen van de deur...








E-mail blogpost