Sinds kort ben ik de bezitter van een opvanghond. Paco is de hond van mijn dochter en ik ben blij dat hij tijdelijk bij mij verblijft omdat het zo gezellig is. Opeens ligt er elke avond een vrolijke hond op mijn tweezitbankje die antwoord geeft als ik tegen hem praat door met zijn staart op de bank te kloppen.
En ik word kwispelend en knuffelend welkom geheten wanneer ik de deur uit ben geweest, elke keer opnieuw, zelfs als ik alleen maar even in de berging moest zijn. Bij elke stap die ik in huis zet achtervolgt hij mij trouw, en houdt hij in de gaten wat ik doe. Hij zou eens iets lekkers missen als hij bleef liggen waar hij lag.
Hij ligt graag op mijn bank, maar zijn lievelingsplekje is een groot kussen op mijn balkon, vanwaar hij de hele buurt in de gaten kan houden. Als ik hem hoor piepen weet ik dat hij vertederd is door een kat of klein hondje wat voorbij loopt. Blaft hij, dan is de voorbij-komende hond beslist groot en vertoont hij opeens een vorm van haantjesgedrag.
Komt er iemand op bezoek? Vriend of vreemde, het maakt hem niet uit, hij wil iedereens vriendje zijn. Aandacht van kinderen vindt hij geweldig, behalve van peuters met grijpgrage handjes die net kunnen kruipen en staan, en schateren als er een piepend geluid uit de hond komt wanneer ze aan zijn oortjes trekken.
Als ik ga slapen, nadat ik hem een aai over zijn bol heb gegeven, met de woorden: ‘Welterusten jongen, goed op het huisje passen hè,’ komt hij achter mij aan en ploft neer op een deken, wat ik speciaal voor hem bij mijn voeteneind heb gelegd. “Alsof hij over mij wil waken,” dacht ik eerst ontroerd maar zodra ik lekker lig, laat hij me alweer in de steek omdat de bank nou eenmaal comfortabeler ligt.
Ik moet elke dag de deur uit voor zijn driedaagse wandelingen, weer of geen weer. Gelukkig heb ik geen hekel aan ‘geen weer,’ en struinen wij heerlijk door het bos, of langs het kanaal.
Hij is mijn held wanneer hij tegen de golven, veroorzaakt door grote voorbijvarende vrachtschepen, tekeer gaat, alsof ze hém aan willen vallen in plaats van de grote keien aan de waterkant.
Paco is een schat, volgens mij in een verkeerd lichaam geboren. Een schoothondje in het lichaam van een Mechelse herder. Als ik dit wel eens vertel zeg ik er steevast bij dat hij mijn stoere macho hond is, omdat ik denk dat ik hem misschien beledig.
Ik woon alleen, was tevreden en miste niemand in huis. Heerlijk om met niemand rekening te hoeven houden. Ik kon weg gaan en thuis komen wanneer ik wilde, wie deed mij wat. Op een dag, binnenkort, gaat Paco terug naar mijn dochter, waar hij thuis hoort.
Maar mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn zonder mijn grote stoere vriend.




Nieuwste topics
Onderwerpen
Alle categorieën
Nu online
Euridice- 06-01-12, 15:49Melding